De vergrijzing vraagt om meer dan extra woningen en extra budget. De echte uitdaging is om woonomgevingen te creëren waar ouderen zélf voor willen kiezen. In dit artikel betoogt Lars Drijvers, ontwikkelmanager bij AM Gebiedsontwikkeling en partner van ZorgSaamWonen, dat de woonzorgopgave niet alleen draait om bouwen, maar vooral om aantrekkelijke woonconcepten die doorstroming op gang brengen en bijdragen aan een toekomstbestendige woningmarkt én zorg.
Ouderen verhuizen niet door een bouwdoelstelling
Lars Drijvers, AM Gebiedsontwikkeling
Goed nieuws: Het kabinet trekt 420 miljoen euro extra uit voor woonvormen voor ouderen die niet langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Dat is terecht, want terwijl het aantal ouderen groeit, blijft de ontwikkeling van passende woonvormen achter. Goede alternatieven zijn schaars. Toch is meer geld en meer bouwen alleen niet genoeg om beweging te creëren en de beste oplossing te bieden.
Ouderen verhuizen niet op commando! En al helemaal niet omdat Den Haag een bouwdoelstelling heeft. Ze verhuizen als er een plek is waar ze daadwerkelijk liever wonen dan in hun huidige huis. Precies daar ligt de opgave. Richting 2030 zijn 290.000 extra woningen voor ouderen nodig. Tegelijkertijd groeit het aantal 65-plussers verder. De groep 80-plussers verdubbelt zelfs richting 2050. Dus de druk op de woningmarkt én de zorg neemt tegelijk toe en toch blijft de bouw achter.
De reflex is begrijpelijk: bouw meer zorggeschikte woningen en breng het verzorgingshuis terug in een eigentijdse vorm. Maar daarbij wordt iets heel belangrijks over het hoofd gezien. Senioren wonen namelijk al. En ze ruilen dit niet zomaar in. Men vergeet ook dat meer dan de helft van de 55-plussers in een koopwoning woont. Veel mensen zijn gehecht aan hun huis, hun buurt en hun sociale leven. Dat is geen probleem, het betekent vooral dat een volgende stap echt aantrekkelijk genoeg moet zijn.
Waarom het dan nog niet op gang komt? Veel mensen denken pas over verhuizen na als gezondheid of omstandigheden hen daartoe dwingen. Moeten in plaats van willen! We moeten ouderen dus verleiden om te wíllen verhuizen. Het verschil maak je door aantrekkelijke plekken te maken. Een woonomgeving die voelt als een logische volgende stap. Goede woonconcepten laten zien dat het kan. Plekken waar zelfstandigheid en ontmoeting meegenomen worden in het ontwerp. Op een plek waar reuring is en waar je ertoe doet. Waar je een eigen voordeur hebt én mensen kent. Waar zorg op termijn beschikbaar is zodra dat nodig wordt, zonder dat het dagelijks leven vanaf dag één om zorg draait. De vitale ouderen zijn nu eenmaal niet ‘ziek, zwak en misselijk’, maar ze genieten nog volop van het leven.
Juist kleine ontwerpkeuzes maken daarin een groot verschil. Een gedeelde ruimte die uitnodigt om binnen te lopen. Plekken waar bewoners elkaar vanzelf tegenkomen, zoals een atelier. Een gastenkamer, zodat kleiner wonen niet betekent dat familie niet meer kan blijven slapen. Zulke keuzes versterken sociale verbinding, helpen mensen langer zelfstandig te leven en informele zorg kan de druk op professionele zorg verlichten. En er gebeurt meer. Wanneer een oudere verhuist, komt elders vaak een grotere woning vrij voor een jong gezin. Zo ontstaat beweging die verder reikt dan één voordeur.
Daarom is die 420 miljoen euro goed nieuws. Maar het succes hangt ook af van waaraan we het geld besteden. Bouwen we vooral het oude verzorgingshuis terug in een nieuw jasje, dan missen we een kans.
Om meer partijen voor het bouwen voor ouderen te activeren moeten deze middelen ook gericht zijn op de gehele woningmarkt, dus voor huur en koop. Eerdere subsidies waren beperkt tot de sociale- en middenhuur en misten daarom een deel van de doelgroep. De woonzorgopgave maakt namelijk geen onderscheid tussen de verschillende segmenten.
Als we dát goed doen, ontstaat ruimte. Op de woningmarkt. In de zorg. En in de manier waarop we samen ouder worden.

Reactie toevoegen