Levensloopbestendig bouwen betekent veel meer dan voldoen aan regelgeving en keurmerken: het draait om buurten, huizen en gebouwen waarin mensen zich werkelijk thuis voelen, nu en in de toekomst. Dit benadrukt Anneke Speelman, werkzaam bij gebiedsontwikkelaar AM. Nu haar pensioen nadert, maakt ze voor ZorgSaamWonen de balans op.
Levensloopbestendig bouwen: Ontwerp als fundament, sociale waarde als hart
Anneke Speelman: ‘Verbondenheid en optimisme lopen in de Stadsveteraan als rode draad door alle samenwerkingen heen’ (foto: Stadsveteraan020; bron: WoonzorgNederland)
De passie spat er bij haar nog steeds vanaf. Als expert in het werkveld is Anneke Speelman nog lang niet klaar, wat ook blijkt uit haar inspanningen voor een voorzorgcirkel in haar eigen buurt in Zwolle. Wanneer het gesprek gaat over de veranderende zorg en het belang van de combinatie tussen het fysieke en het sociale domein, heeft ze volop ideeën en een duidelijke visie.
Al decennia wordt in Nederland nagedacht over en gewerkt aan levensloopbestendig en aanpasbaar bouwen, met rond de eeuwwisseling het consumentenkeurmerk WoonKeur als mijlpaal. Naast richtlijnen als BAT, Aanpasbaar Bouwen en het Handboek Toegankelijkheid richten deze labels zich vooral op de functionele kwaliteit van woningen en gebouwen. De recente Product Markt Combinaties (PMC’s) 19 en 20 voor zorggeschikte woningen en voor geclusterd zorggeschikt wonen (Woonstandaard 4.0) van het Netwerk Conceptueel bouwen, bouwen voort op deze traditie.
“Deze fijne, beknopte PMC’s”, zo stelt Anneke, “leggen extra nadruk op de verbinding tussen doelgroep, zorgvragen, technologie en domotica. Ze sluiten aan op het Besluit bouwwerken leefomgeving en ondersteunen initiatiefnemers bij de ontwikkeling van woningen waar zorg mogelijk is. Maar hiermee zijn we er nog niet. Er moet bij iedere ontwikkeling ook aandacht zijn voor twee andere belangrijke thema’s: de eerste betreft ontmoeting, gemeenschapsvorming en gezondheid én de tweede is: ‘hoe bestendig je een ontwikkeling zo goed mogelijk en hoe meandert deze mee door de tijd?’”
Centraal vertrekpunt: toegankelijkheid
Bij AM zette Anneke zich met hart en ziel in voor kwetsbare doelgroepen binnen alle gebiedsopgaven, met duurzaamheid, gezondheid en sociale verbondenheid als basis voor iedere ontwikkeling. “Levensloopbestendig wonen hoort bij die fundamenten", zegt ze. "Het is fijn dat toegankelijkheid bij AM de standaard is. De belangrijkste elementen van WoonKeur, zoals draaicirkels, goede woonmatjes en drempelloosheid, worden steeds consequenter toegepast.”
“Deze passen we niet alleen toe op seniorenwoningen, maar op álle woningen en gebouwen. Niet alle senioren willen immers in speciaal voor hen gebouwde complexen wonen. En als je bouwt met bouweisen voor senioren, profiteert iedereen daarvan. Een toegankelijk gebouw en appartement zijn voor iedereen prettig. Deze aanpassingen maken woningen bovendien niet duurder. Als álle ontwikkelaars, corporaties en bouwers dit zouden doen, zou er een versnelling kunnen ontstaan in het tot stand brengen van een toegankelijk woningaanbod in Nederland. En we weten dat die opgave groot is; we zijn er nog lang niet.”
De woonomgeving in harmonie tussen fysiek, ruimtelijk en sociaal
“Voor AM betekent levensloopbestendig wonen méér dan een huis ontwikkelen”, leert Anneke. “Het draait om een omgeving die fysiek, ruimtelijk en sociaal klopt. De wijk moet een samenhangend geheel zijn: een sociaal en fysiek veilige, toegankelijke openbare ruimte met duidelijke routes, rustpunten, goede verlichting, goede zichtlijnen en een inrichting die logisch is.
Water, groen, plekken voor sport, spel en ontmoeting zijn onmisbaar. Dagelijkse voorzieningen en openbaar vervoer moeten dichtbij of in ieder geval goed bereikbaar zijn voor mensen van alle leeftijden en mobiliteiten.
Het gaat dan ook om drempelvrije paden, duidelijke bewegwijzering en zitplaatsen. Ondersteuning is nabij en zorg en welzijn zijn laagdrempelig aanwezig, zonder het dagelijks leven te domineren. Het draait dus om buurten waar ontmoeting vanzelfsprekend is, informele netwerken kunnen ontstaan en mensen elkaar kennen en ondersteunen.”
Door te kiezen voor een omgeving die meebeweegt en ruimte biedt om zelfstandig te kunnen blijven wonen en regie te houden, ontstaat een woonomgeving waar mensen zich verbonden voelen en actief meedoen, stelt Anneke. “Dit alles vraagt om ruimtelijke en fysieke ontwerpkeuzes en een extra inzet om te komen tot een intensieve samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, beleggers, ontwikkelaars, welzijnsorganisaties en zorgpartijen op projectniveau. Want wonen, welzijn en zorg kun je simpelweg beter niet los van elkaar organiseren. En vergeet daarbij de bewoners en ondernemers niet. Kortom, om goede woonbuurten te creëren moet er aan heel veel knoppen worden gedraaid en dan hebben we het nog niet eens over zaken als betaalbaarheid, sluitende businesscases, circulariteit, netcongestie, CO2-uitstoot en ruimtelijke ordeningsprocedures.”

Anneke Speelman

Levensloopbestendig wonen draait om een omgeving die fysiek, ruimtelijk en sociaal klopt
Tijd om samen één te worden
“Om écht vooruitgang te boeken in de samenwerking tussen het fysieke en het sociale domein, moeten we het sectorale denken loslaten", vervolgt Anneke. "Wonen, zorg en welzijn hebben elk hun eigen logica, regels, geldstromen en belangen, maar de huidige tijdgeest vraagt om een samenspel, om over de schutting van de ander te kijken. Juist nu is het tijd om samen meer één te worden. Dat gebeurt niet zomaar. Het vraagt om inzet lef, moed, pionieren en samenwerking van bestuurders én uitvoerenden.”
Zes P’s
“In onze dagelijkse praktijk spreken we over de zes P’s, waarin we als ontwikkelaar extra investeren: plaats, plan, proces, personen, prijs en promotie. En dat vergt van ons als AM tal van extra’s om dit per project daadwerkelijk in gang te zetten. Ik zie in de Nederlandse praktijk dat we er heel veel over praten, maar willen we meters maken, dan moeten we het met zijn allen ook gaan doen.”
Praktijkvoorbeelden
Anneke illustreert dit met twee voorbeelden uit de praktijk. De eerste is een nieuwbouwbuurt waar ouderen, gezinnen en mensen met een beperking en jongvolwassenen samen ‘beschermd’ wonen; met toegankelijke huizen en - minstens zo belangrijk - formele en informele ontmoetingsplekken als bankjes in het groen, een bloementuin, een speelplaats, een parkeerhof voor auto’s, ondergrondse afvalbakken en een plek voor elektrisch laden. Ook is er een woning omgebouwd tot Huis van de Wijk, annex zorgpost.
“Deze plekken bevorderen op de een of andere wijze direct sociale contacten en een gevoel van betrokkenheid en veiligheid. De investering van alle partijen in zo’n omgeving - gemeente, ontwikkelaar, corporatie, welzijnswerk, ggz, jeugdzorg, zorgkantoor, plaatselijke ondernemers en de nieuwe bewoners - levert dus sociale rijkdom op. We weten uit recent onderzoek dat er substantieel geringer beroep wordt gedaan op professionele zorg.
Maar de werkelijkheid is dat we deze financiële opbrengst niet concreet in cijfers kunnen vangen. Het Huis van de Wijk als ontmoetings- en activiteitenplek bepaalt de meeste kosten - initieel en qua exploitatie - en vraagt om een gezamenlijke intrinsieke inzet van bijna alle genoemde partijen.” Het tweede voorbeeld gaat over wonen met zorg. “Bij wonen met zorg komen twee belangen expliciet samen: de zorgorganisatie wil een gezonde bedrijfsvoering met passende cliënten, de corporatie streeft zo snel mogelijk naar een volledige bezetting van de woningen, ook voor een gezonde businesscase. Deze belangen kunnen botsen, want senioren met de gewenste zorgvraag heb je waarschijnlijk niet altijd direct voorhanden om te plaatsen.”
Succesvol samenwerken: gedeelde visie
Anneke: “Ik pleit voor een vroegtijdige intensieve samenwerking, waarin een visie wordt ontwikkeld, doelen worden afgestemd, samenwerkingsafspraken worden gemaakt en waarin rekening wordt gehouden met elkaars belangen en werkwijzen. En, waarin de basisafspraken in een vroeg stadium worden vastgelegd. Dit vergt van alle partijen langjarige inzet, vooraf, maar ook wanneer het eenmaal functioneert. Het begint met elkaar echt begrijpen. Niet alleen je eigen taal spreken, maar ook die van de ander. Niet vanuit je eigen belangen spreken, maar die van de anderen ook begrijpen en respecteren. Meer samen dingen doen, ook het samenvoegen van financiële middelen en durven experimenteren. Alleen door écht samen te werken – dus intersectoraal - bouwen we buurten waar iedereen zich thuis voelt.”
Wees nieuwsgierig “Ik zou willen zeggen: Durf over elkaars schutting te kijken, wees nieuwsgierig naar het onbekende, stel vragen en wees niet bang om wrijving te voelen. Soms schuurt het, zorgt het voor gedoe, maar juist daar ontstaan echte inzichten. En blijf te allen tijde elkaars handen vasthouden en verlies het gezamenlijke doel niet uit het oog: samen werken aan een fijne woonplek voor ouderen.”
Methodiek
En dan, relativerend: “Als ik terugkijk naar alle samenwerkingsprojecten, zie ik dat een systeembenadering als de Value Based Approach in veel situaties goed toepasbaar is. In zo’n aanpak beginnen we niet bij het te ontwikkelen gebouw, gebied of systeem, maar bij de waarden die mensen nodig hebben om goed te kunnen leven, dus bij het centrale doel dat we willen bereiken. We vertalen die stap voor stap naar ruimte, organisatie en gedrag, en vervolgens naar het te realiseren project. Het is een methodiek die we weinig gebruiken, maar die ik iedereen kan aanraden.”
Veiligheid en kwestsbaarheid
Een ander onderwerp dat Anneke nauw aan het hart ligt, is de zeer kwetsbare mens. Ze pleit er dan ook voor om goed te kijken naar het subtiele evenwicht tussen fysieke veiligheid, sociale nabijheid en beschikbare ondersteuning. Als deze drie aspecten echt goed samenkomen, ontstaat er een situatie van veiligheid waarin mensen heel lang prettig en zelfstandig thuis kunnen wonen.
Anneke: “Veiligheid is niet louter alleen een stevige deur met een slot of een trap zonder risico, maar ook de wetenschap dat je gezien en beschermd bent. Iemand die let op je welzijn. Die bijvoorbeeld weet dat je laat thuiskomt. Sociale nabijheid betekent meer dan aan beide kanten buren hebben. Het zijn warme contacten met mensen die even binnenlopen voor een praatje of een kopje koffie. Ondersteuning is ook meer dan een alarmknop. Het is het vertrouwen dat hulp dichtbij is, zonder te hoeven wachten tot het water je aan de lippen staat.”
Mevrouw Jansen
“Stel je daarbij een avond voor, in een smalle straat in Amsterdam", illustreert Anneke. "Mevrouw Jansen van 85 sluit om half negen haar gordijnen, het wordt al wat donker en het regent. Ze ziet Marie lopen en zwaait naar haar. Alle lantaarns in de straat en het naastgelegen parkje springen onderwijl ook aan. Ze voelt zich fysiek veilig. Ook Marie, want de straat en het parkje zijn overzichtelijk, goed verlicht, zonder hoge struiken en er zijn altijd wel mensen op straat. Het regent en de bovenbuurman stuurt mevrouw Jansen een app. Hij biedt aan haar hondje uit te laten.
De wijkverpleegkundige woont niet in de buurt, maar houdt spreekuur in de wijk. Een telefoontje in de ochtend is genoeg voor advies over een vervelende wond. Zo ontstaat door de eenvoudige aanwezigheid van elkaar en een omgeving die meewerkt, een leven waarin thuisblijven mogelijk is; ook als de jaren van mevrouw Jansen zich verder stapelen.”
De rol van bewoners en community managers
“Veiligheid is dus een meerstemmig begrip", vervolgt Anneke. "Het wordt beleefd door de ogen van degene die zich soms kwetsbaar voelt, door de warmte van een vertrouwde buurt en door vertrouwen in ondersteuning. Het is een samenspel van kleine gebaren en grote structuren, van menselijkheid én ruimtelijk ontwerp. Want zelfstandig thuis blijven wonen is niet alleen een kwestie van stenen en cement, maar ook - en misschien wel vooral - van verbondenheid, vertrouwen en zorg die vanzelfsprekend is.
Het is voor stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, architecten en ontwikkelaars belangrijk om bij het ontwerp hiermee rekening te houden. Het zit immers ook in heel kleine dingen.”
Tot slot de bewoners. Anneke: “Zij zijn degenen die 24/7 in buurten wonen en leven en sterk bijdragen aan het thuisgevoel. Ik geloof daarnaast ook in de inzet van hospitality- en community managers; de nieuwe generatie welzijnswerkers en opbouwwerkers in gebouwen en buurten. Zij brengen bewoners in beweging zonder het over te nemen en sturen waar nodig bij, waardoor veerkrachtige gemeenschappen kunnen ontstaan. Als ontwikkelaar proberen we dit zo goed mogelijk te faciliteren en te ondersteunen in gebouwen én buurten. Wij gaan na oplevering weliswaar weg uit de buurt, maar zorgen ervoor dat zij die in de wijk actief zijn of worden, vroegtijdig worden betrokken bij het ontwikkelen van de gemeenschappelijke visie. Het fysieke domein raakt daarmee het sociale domein.”
Ontwikkelingen
“Als ik terugkijk op de afgelopen veertig jaar, hebben tal van ontwikkelingen het speelveld van wonen, welzijn en zorg ingrijpend veranderd”, memoreert Anneke. “Na de Tweede Wereldoorlog waren verzorgingshuizen het vertrouwde fundament van het leven van ouderen. Gemiddeld werd men toen maar 69 jaar. In de jaren negentig groeide het verlangen van senioren om langer zelfstandig te blijven wonen, waar politiek en markt gretig op inspeelden. Er ontstonden luxe woonzorgcomplexen en diverse zelfstandige woonvormen. Nog weer iets later werden de traditionele verzorgingshuizen gesloten.
Het huidige beleid is erop gericht dat iedereen nu zo lang mogelijk zelfstandig woont, met het verpleeghuis als een soort noodvoorziening.”
Sociale beweging
"Met de huidige groep van zeer vitale ouderen, die gemiddeld wel 85 jaar wordt, met een dreigende schaarste aan zorgpersoneel en een nog steeds sterk functionerend individualisme, zie je dat het tij keert. Er ontstaat een sociale beweging waarin ontwerpers het ruimtelijk domein integraal benaderen, de markt nieuwe woon(zorg) vormen neerzet en mensen zelf elkaar steeds vaker opzoeken. Zo ontstaan nieuwe gemeenschappen waarin samen leven en zorgen weer centraal komen te staan. Maar dan wel op een andere leest geschoeid dan in de afgelopen decennia.”
Veerkracht
“Wat mij hierin telkens opnieuw fascineert, is hoe demografische, economische, sociaal-culturele, technologische, ecologische en politiek-juridische aspecten in Nederland voortdurend in wisselwerking zijn en elkaar beïnvloeden. Steeds opnieuw vinden mensen elkaar, weten ze samen te werken en oplossingen te bedenken, waarbij verbondenheid en optimisme als rode draad door alle samenwerkingen heenlopen. Het laat mij zien hoe veerkrachtig Nederland als samenleving is.”
Dit artikel verscheen in ZorgSaamWonen Digimagazine #1 2026 dat in het teken staat van inclusief bouwen. Lees het hele magazine: Inclusief bouwen - ZorgSaamWonen #1 - 2026

Reactie toevoegen