Dat gemeenschappelijk wonen bijdraagt aan het welzijn van ouderen weten Darinka Czischke en Conny Moons zeker. Ieder vanuit de eigen discipline. Darinka is werkzaam als universitair hoofddocent aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Conny is sociaal ondernemer, verpleegkundige en procesregelaar bij Knarrenhof®. Samen schreven ze een hoofdstuk in het boek ‘Collaborative housing, ageing and social care’ dat vorig jaar uitkwam. ZorgSaamWonen sprak met Darinka en Conny over de uitdagingen en kansen voor het gemeenschappelijk wonen en over hun hoofdstuk waarin ze het model van de positieve gezondheid als leidraad namen.
Gemeenschappelijk wonen als sleutel tot gezond ouder worden
Cover ‘Collaborative housing, ageing and social care’
Internationaal en interdisciplinair
Darinka doet veel internationaal onderzoek naar vormen van gemeenschappelijk wonen. “Er is veel samenwerking tussen landen op dit gebied en er vindt ook interdisciplinair onderzoek plaats naar gemeenschappelijk wonen. Dit interdisciplinaire karakter vind ik belangrijk want gemeenschappelijk wonen raakt niet alleen de huisvesting maar ook welzijn, gezondheid en zorg.” Het boek ‘Collaborative housing, ageing and social care’ is één van de resultaten van deze internationale samenwerking. De uitgave laat zien hoe ouderen in diverse landen zelf het heft in handen nemen en wonen en zorg organiseren in het zogenoemde collaborative housing. Voorbeelden uit Frankrijk, Spanje, Zweden en Verenigd Koninkrijk komen erin aan de orde.
Positieve gezondheid
Darinka en Conny zorgden voor een bijdrage vanuit Nederland. In hun hoofdstuk gebruiken zij het model van de positieve gezondheid (zie: https://www.iph.nl/) en als casus De Knarrenhof. Conny licht dit toe: “Het collectief wonen draagt bij aan alle dimensies van de positieve gezondheid. Bewoners van een woongemeenschap, zoals het Knarrenhof, blijven langer actief doordat zij op laagdrempelige wijze meedoen aan activiteiten als wandelen, fitness, fietsen of tuinieren. En ze ervaren zingeving omdat ze van betekenis kunnen zijn voor een ander.” Ze benadrukt daarbij het belang van wederkerigheid. “Ook al heb je zelf een hulpvraag dan kun je alsnog zelf iets bijdragen, iets betekenen voor een ander. Dus je bent nodig, je doet ertoe; en dat levert het jou weer op.” Bovendien zijn bewoners vanaf het begin betrokken bij de opzet van een Knarrenhof. Dit vergroot het gevoel van eigenaarschap.
Kostenbesparing
Conny vindt het ook van belang dat het Knarrenhof een integrale visie heeft. Wonen, welzijn en zorg zijn er met elkaar verbonden. “Het gaat om wonen, maar ook om het delen van voorzieningen, het ontmoeten en meedoen naar vermogen. Mensen letten op elkaar en dat geeft een gevoel van veiligheid en verbondenheid.” Ze is ervan overtuigd dat het wonen in een woongemeenschap of in een andere vorm van geclusterd wonen kosten bespaart. “Bij de bouw van een Knarrenhof is al rekening gehouden met de doelgroep zodat er later geen woningaanpassingen nodig zijn. Dat is efficiënt en bespaart op de Wmo.” Ze weet zeker dat het ook zorg uitstelt. “Mensen blijven langer actief en doen mee. Dat voorkomt eenzaamheid en stelt zorg uit. Het gaat dus om een fysiek en sociale omgeving, dat maakt het levensloopbestendig.”
Grenzen stellen
Darinka ziet dat andere landen ook met dit thema bezig zijn, zoals Zweden. Daar zijn sinds de jaren tachtig woongroepen ontstaan. “In het begin speelde het thema zorg er minder. Inmiddels hebben deze groepen ook ervaring met zorgen voor elkaar. De bewoners hebben daarbij geleerd om grenzen te stellen. Ze hebben met de professionele zorg een goed samenspel ontwikkeld.” Ook in andere landen leren bewoners steeds meer over het zorgen voor elkaar. Zo zijn er discussies over hoelang een bewoner zelfstandig in de groep kan blijven wonen. Een simpel antwoord is hier niet op te geven. Hoeveel kun je redelijkerwijs van een medebewoner verwachten? Het hangt van verschillende factoren af. Conny herkent dit vanuit de Knarrenhofjes. “Soms verwachten familieleden van een bewoner veel van de medebewoners.”
Niet voor watjes
Conny en Darinka adviseren woongroepen om het thema zorgen voor elkaar te bespreken. “Het gesprek over ouder worden en zorg is moeilijk”, ervaart Conny. “Sommige bewoners ervaren zorg als een privéaangelegenheid, zeker als het over ziekte gaat en willen het niet bespreken met buren. Maar je kunt er ook niet voor weglopen in een woongroep. Begin in ieder geval met het delen van de telefoonnummers die in nood gebeld moeten worden.” Conny is van mening dat iedereen verantwoordelijk is om na te denken over wat je wil bij het ouder worden en om de eigen kracht te gebruiken. “In die zin is het niet voor watjes om in een woongemeenschap te wonen. Het daagt je wel uit. En ook dat zie je terug in positieve gezondheid: blijven leren, nieuwe ervaringen opdoen. Dit draagt bij aan welbevinden.”
Crisis op woningmarkt
Beide dames zien graag meer collectieve woonvormen in het land. “Natuurlijk is de sociale huisvesting in Nederland goed geregeld, zeker als je het vergelijkt met het buitenland. Maar er moet meer gebeuren”, zegt Darinka. Het vinden van geschikte, betaalbare locaties is een groot knelpunt. Sommige corporaties zijn behoudend maar anderen zien de waarde van gemeenschappelijk wonen en werken samen met coöperaties. Het punt is, volgens Darinka, dat corporaties de schaarse woningen moeten verdelen. Er zijn meerdere doelgroepen die huisvesting nodig hebben. De crisis op de woningmarkt is groot. “Politieke steun is ook belangrijk. En dan kunnen we weer leren van het buitenland. Neem nu Zwitserland en Oostenrijk, daar wordt collectief wonen gefaciliteerd door de overheid. En wat dacht je van Spanje? In Barcelona heeft de burgemeester zich hard gemaakt voor woongemeenschappen”, aldus Darinka. Ook in de rest van Spanje zie je dat er allerlei vormen van samen wonen ontstaan. De noodzaak is er: vergrijzing, personeelstekort, afbrokkelende mantelzorg. Vergelijkbaar met wat er in Nederland en andere landen gebeurt.
Bewustwording
Er is nog iets nodig om meer vormen van collectief wonen te bewerkstelligen? “Er is meer bewustwording nodig”, vindt Conny. “Kennis opdoen, zien en ervaren wat gezamenlijk wonen inhoudt en welke gradaties er mogelijk zijn. Het is belangrijk dat er een gesprek tussen ouderen plaatsvindt; maar ook breder in de samenleving over wat goed wonen is. Veel ouderen wonen te groot en willen best verhuizen. Maar stellen het uit, omdat een handelingsperspectief ontbreekt. Ze weten de weg niet of zien een te beperkt aanbod en geven het op.” Darinka is het daarmee eens. Zij vult aan: “En de overheid moet zich meer bewust worden van de sociale meerwaarde van collectief wonen. Ik ben wel optimistisch, want ik zie dat dit wel doordringt bij zowel de landelijke overheid als bij provincies en gemeenten. Er zijn heel veel initiatieven die laten zien hoe gezamenlijk wonen kan.”
Kansenongelijkheid
Wat hen wel zorgen baart is de kansenongelijkheid. Wie valt er buiten de boot? Conny: “Dat zijn de mensen met een klein netwerk. We moeten mensen helpen met het verstevigen en uitbreiden van hun netwerk. Dat hebben ze nodig om prettig oud te kunnen worden. Niet iedereen zal in een woongemeenschap willen wonen maar het omzien naar elkaar kan ook in straten plaatsvinden. Professionals zijn nodig om de kwetsbaren die minder in beeld zijn op te zoeken en te ondersteunen.” Darinka: “Ik hoor van anderen hoe fijn ze het hebben met elkaar in hun straat. Ik wil graag weten hoe dit ontstaat. In sommige straten is er ‘collectiviteit’, een hechtere band die spontaan tussen buren ontstaat. Maar in de meeste straten, zoals die van mij, zijn mensen meer op zichzelf.”
Zwaai je mee?
Ook de fysieke inrichting speelt een rol bij het gevoel van saamhorigheid. “Als je je veilig voelt, maak je makkelijker contact”, zegt Darinka. “Dus is het belangrijk om bij het ontwerpen van wijken en gebouwen te letten op veiligheid, toegankelijkheid, schaalgrootte en plekken van ontmoeting.” Soms kun je via simpele ingrepen contact stimuleren. Conny noemt een inspirerend voorbeeld: de zwaaistenen. Die vind je overal in ons land, in gemeenten die eraan meedoen. Het zijn stoeptegels met de zin ‘Zwaai je mee’ erop. Het is bedoeld om mensen uit te nodigen naar anderen te zwaaien. “Op een luchtige wijze contact maken is zo belangrijk. Dat moet je niet onderschatten. Het zwaaien is een klein gebaar dat laat zien dat we elkaar zien en dat we het ouder worden niet alleen hoeven te doen”, zegt Conny. “Dit is trouwens intergenerationeel. Het helpt mij ook als gezin en als moeder van pubers. Dit verbindt!”
Darinka knikt. “Laten we dit soort kleine initiatieven omarmen. En laten we er ook voor zorgen dat veel meer mensen een kans krijgen om gemeenschappelijk te wonen. In ieder geval in straten waar verbondenheid is. Dat is gezond ouder worden.”
Lees meer:

Reactie toevoegen