ZorgSaamWonen ziet in het hele land mooie voorbeelden van zorgzame gemeenschappen. Het is geen nieuw fenomeen, ze zijn er altijd al geweest: in straten, buurten, verenigingen en wooncomplexen. We hebben ze nu wel harder nodig en juist daar waar ze nog niet helemaal tot bloei zijn gekomen. Want zorgzame gemeenschappen bieden een antwoord op de maatschappelijke uitdagingen, zoals het personeelstekort in de zorg, de vergrijzing en eenzaamheid. Een overzicht van de laatste kennis en ontwikkelingen.
Zorgzame gemeenschappen: successen, aandacht en zorg
Foto: Chris Hoefsmit, Burenhulp.nu
Zorgzame gemeenschappen dragen daadwerkelijk bij aan het langer zelfstandig wonen en hebben een goede invloed op het welzijn van jong en oud. Maar we zien ook dat ze niet altijd vanzelf ontstaan. Daarnaast is er permanent onderhoud nodig en een drijvende kracht die de gemeenschap aanwakkert; juist daar waar zorgzame gemeenschappen niet of onvoldoende aanwezig zijn. Bovendien zien we dat zorgzame gemeenschappen geen oplossing zijn voor alles.
Onderzoek en praktijk
Er zijn voorwaarden nodig om ze te laten slagen. Gelukkig komt er steeds meer kennis over welke voorwaarden dat zijn, al blijft maatwerk het adagium. ZorgSaamWonen is in recent onderzoeksmateriaal gedoken en bezoekt ook regelmatig praktijkvoorbeelden. Op basis daarvan zien we dat dé zorgzame gemeenschap niet bestaat en dat er geen vaste definitie voor is. In dit artikel enkele bevindingen.
Zorgen om informele hulp
Het Ben Sajet Centrum schreef in hun publicatie ‘De belofte van de gemeenschap & zeven belemmerende mythes’ (januari 2025): “Bij de roep om gemeenschap wordt niet strak omschreven om wat voor gemeenschappen het gaat. Het is eerder een richtingaanwijzer dan een plattegrond. De aangewezen richting is dat mensen meer naar elkaar omkijken, maar het blijft onduidelijk wie naar wie moet omkijken en wat dat dan behelst.”
In deze publicatie ontkrachten de auteurs een aantal hardnekkige mythes. Eén is dat minder overheid meer gemeenschap betekent. Volgens de auteurs is er juist een andere overheid nodig. Een overheid die bijvoorbeeld wet- en regelgeving aanpast die het bieden van onderlinge zorg belemmert. Anders krijg je overbelaste mantelzorgers.
Dit is precies waar ZorgSaamWonen bang voor is. Er wordt namelijk al zoveel zorg geboden door mensen. Zo lezen we op de site van Zorg voor Beter dat een op de drie Nederlanders van 16 jaar en ouder mantelzorg geeft, dit zijn circa 5 miljoen mantelzorgers. Daarvan verlenen 830.000 mantelzorgers intensieve en langdurig steun aan een naaste. Zij hebben niet of nauwelijks ruimte om ook nog naar buren om te kijken. De rek is er bij sommige mensen al aardig uit.
Ook zijn er veel vrijwilligers actief in het domein van zorg en welzijn: een op de tien Nederlanders. Ook bij deze groep dreigt overbelasting. Zowel mantelzorgers als vrijwilligers hebben desondanks geen extra aanmoediging nodig om zich nog meer in te zetten voor naasten of buurtbewoners.
Oppervlakkig en licht
Naast het feit dat er al veel mensen naar een ander omkijken, speelt het vraagstuk wat mensen in de buurt voor elkaar kunnen en willen doen. Femmianne Bredewold, bijzonder hoogleraar Samenleven met Verschil (UvH) en directeur van het Ben Sajet Centrum in Amsterdam, maakt in haar oratie ‘Morele spanningen in de langdurige zorg’ (2025) een onderscheid tussen aandacht, hulp en zorg. Er is een ‘altruïstisch overschot’ waar het burenhulp betreft, stelt ze. Buren willen graag iets doen, zoals een praatje maken, het verzorgen van de post en plantjes of het vegen van een stoep, maar deze hulp blijft wel vaak oppervlakkig en luchtig; zij geven meestal geen zorg. Dat doen familie en naasten over het algemeen wel.
Ook Marlou Ramaekers (Radboud Universiteit 2024) stelt in haar onderzoek naar informele hulp dat mensen liever iets voor familie doen dan voor hun buren. Zij vindt daarom dat de overheid niet te veel moet rekenen op structurele hulp aan buren. Burenhulp is er wel, maar men voelt zich minder verplicht te helpen. Wel ziet zij dat het geven van hulp aanstekelijk werkt. Als mensen zien dat buren elkaar helpen, gaan zij het zelf ook meer doen. Het hangt daarentegen wel af aan wie hulp verleend moet worden. Als iemand minder goed bekend staat is de neiging tot hulp geven kleiner.
Belang van inbedding
Een vergelijkbaar beeld zien we bij bewoners van wooncomplexen. Uit promotieonderzoek aan HAN en TU/e binnen de DEEL Academy naar de meerwaarde van geclusterde woonvormen voor het sociaal welbevinden in de woonomgeving (Kim Hamers, 2023) blijkt dat medebewoners de meer intieme en regelmatig terugkerende vormen van burenhulp, nauwelijks bieden. Dit betreft hulp bij persoonlijke verzorging, zoals aankleden en toiletbezoek en verpleegkundige hulp, zoals het geven van medicijnen. Ook geven zij niet zo snel hulp bij bankzaken of het regelen van (zorg)voorzieningen. Voor deze vormen van hulp kloppen bewoners eerder aan bij familie of professionals.
Johanneke Klaassens van de Universiteit voor Humanistiek (2025) onderzocht de ervaringen met sociale contacten en zingeving in wooncomplexen in Bennekom, Wageningen en Rotterdam. Uit haar onderzoek komt naar voren dat de bereidheid om iets te doen voor een medebewoner afneemt als het beroep op onderlinge zorg te groot wordt. Wat helpt bij de bereidheid is als mensen zich betrokken voelen bij het wooncomplex en zich er senang voelen.
Participatie in wooncomplexen
Ook Nienke Moor doet vanuit de HAN binnen de DEEL Academy onder andere onderzoek naar participatie van bewoners in wooncomplexen. Zij komt tot de conclusie dat hoe meer iemand participeert – zeg maar hoe meer iemand ‘embedded’ is – hoe meer hulp men geeft én ontvangt. Bewoners die minder zijn ingebed, lijken daardoor ook minder snel hulp van medebewoners te krijgen (Moor, 2026). Dat doet denken aan de waarschuwing die Femmianne Bredewold in haar oratie gaf, dat mensen met de beste netwerken er het beste voorstaan en het meest profiteren van de zorgzame gemeenschappen.
Voeden en faciliteren
Zorgzaamheid lijkt dus niet maakbaar, maar Movisie stelt in een kleinschalig verdiepend onderzoek naar burenhulp (2024) onder meer dat burenhulp een spontaan proces is dat je wel degelijk kunt voeden en faciliteren. Succesfactoren zijn onder meer het organiseren van sociale activiteiten die leiden tot ontmoeting, elkaar leren kennen, elkaar helpen, waardering hebben voor elkaar en verschillende manieren van betrokkenheid omarmen. Daarnaast is een gedeelde ontmoetingsplek van belang en een verbindend persoon die contacten legt, onderhoudt en aanwezig is.
Nabijheid
De Vlaamse Koen Kuylen die zich al vier jaar lang inspant voor ‘zorgzame straten’ in Antwerpen vertelde ZorgSaamWonen dat ‘buurtgerichte zorg niet zonder zorggerichte buren kan’. Uit ervaring weet Koen dat mensen zorgzaam kunnen zijn binnen een scope van één tot drie à vier straten. Het gaat volgens hem dus ook om letterlijke nabijheid. En om ‘het kleine helpen.’
ZorgSaamWonen ziet dat dit werkt, zoals bij de voorzorgcirkels of buurtcirkels die in het hele land al te vinden zijn. Dit zijn netwerken van tien tot vijftien mensen die onderlinge hulp bieden. Zij wonen bij elkaar in een complex of in straten die niet te ver weg liggen. Deze cirkels zijn er in allerlei vormen en maten en overwegend succesvol. Interessant is hoe deze cirkels zich ontwikkelen op de lange termijn. Wie gaat er buiten vallen? En wat doen mensen voor elkaar als het gaat om langdurige hulp?
Verschillende borden
Er zijn allerlei mooie, hartverwarmende en hoopvolle initiatieven in het land. Maar laten we ons hier niet te rijk mee rekenen. Er moet op verschillende borden worden geschaakt, zowel fysiek als sociaal om de initiatieven duurzaam te laten voortbestaan. Toegankelijke gebouwen en plekken van ontmoeting zijn nodig zodat mensen kunnen meedoen en anderen kunnen ontmoeten. Als je elkaar kent en herkent, kan er makkelijker hulp worden gevraagd én gegeven.
Maar pas wel op voor het geforceerd samenstellen van groepen, zo waarschuwt socioloog Fenneke Wekker ons. “Je krijgt inclusiviteit als je exclusieve plekken creëert. Het gaat om herkenning en erkenning. Even samenvallen met jouw norm. Daarna voel je je sterker om de diverse samenleving in te gaan”, zegt ze in een interview met ZorgSaamWonen.
Tot slot blijven professionals nodig om mantelzorgers en vrijwilligers te ondersteunen. Respijtzorg, het bieden van voorzieningen als logeerhuizen, blijft dan ook belangrijk zodat mantelzorgers op adem kunnen komen. En we moeten er extra voor waken dat mensen die een beperkt netwerk hebben, de weg niet kennen of minder sociale vaardigheden hebben, niet buiten de scope van zorgzaamheid vallen. Anders vergroot de beweging naar meer zorgzame gemeenschappen juist de kloof tussen mensen die het wel redden en volop meedoen en die het niet redden en aan de zijlijn staan.
Samen voorwaarden creëren
ZorgSaamWonen gelooft zeker in zorgzame gemeenschappen, maar benadrukt dat we oog moeten houden voor de grenzen en beperkingen. Een goed samenspel tussen overheid, maatschappelijke organisaties en burgers met oog voor maatwerk blijft nodig. Je kunt zorgzame gemeenschappen niet opleggen, maar wel samen voorwaarden creëren om ze te laten groeien en duurzaam te laten bloeien.
Bronnen:
- Onderzoek Monique Kremer, Pieter Hilhorst, Monique Kremer e.a. Ben Sajet Centrum (2025): De belofte van de gemeenschap & zeven belemmerende mythes
- Zorg voor Beter: Informele zorg, Feiten en Cijfers
- Oratie Femmianne Bredewold, Universiteit voor Humanistiek (2025): Goed samenleven? Morele spanning in de langdurige zorg.
- Onderzoek Marlou Ramaekers, Radboud Universiteit Nijmegen, (2024): Care for thy neighbor. A study of neighbors’ caregiving intentions by likelihood of reciprocity and previous caregiving experience in the Netherlands.
- Onderzoek Masi Mohammadi, Kim Hamers, Nienke Moor, TU/e en HAN: DEEL academy: Rapportage Geclusterd wonen, ruimte voor ontmoeting
- Onderzoek Johanneke Klaassens, Universiteit voor Humanistiek (2025): “We willen hier nooit meer weg.”
- Onderzoek Nienke Moor TU/e en HAN: DEEL Academy, Bewoners in Beeld (2026).
- Onderzoek Movisie: Zorgzame straten; wat leren praktijkvoorbeelden ons over burenhulp?
- Koen Kuylen, Interview ZorgSaamWonen
- Fenneke Wekker, interview ZorgSaamWonen
Dit artikel verscheen ook in het ZorgSaamWonen digimagazine #1 2026. Ga naar de bieb en bekijk kosteloos alle ZorgSaamWonen digimagazines: ZorgSaamWonen #1 2026 | Acquire Bieb

Reactie toevoegen